De beperking gemeenschap van goederen anno 2018

Op 19 april 2016 heeft de Tweede Kamer met een grote meerderheid het wetsvoorstel tot wijziging van de gemeenschap van goederen aangenomen. Alleen het CDA, de CU en de SGP hebben niet voor het wetsvoorstel gestemd. Ook de Eerste Kamer is op 28 maart 2017 akkoord. De wetgeving is vanaf 01 januari 2018 van toepassing.

Scheiden en je hypotheek

Wat is er nu eigenlijk veranderd?

  1. De nieuwe gemeenschap van goederen

In de oude wetgeving voor 2018 werd het huwelijk gesloten op basis van een gemeenschap van goederen, tenzij er van de Wet werd afgeweken middels het aangaan van huwelijkse voorwaarden. De nieuwe wet zorgt er voor dat deze gemeenschap van goederen wordt beperkt tot  hetgeen tijdens het huwelijk gezamenlijk wordt opgebouwd.

Tot de gemeenschap gaat behoren het vóór-huwelijkse gemeenschappelijke vermogen (ongeacht ieders aandeel daarin) en het vermogen dat tijdens het huwelijk verkregen is.

Belangrijke uitzondering hierop is het vermogen onder een uitsluitingsclausule is verkregen. Belangrijk verschil met het huidige systeem is dat het vermogen dat ieder vóór het huwelijk al had en het uitsluitingsvermogen automatisch buiten de gemeenschap van goederen vallen.

De huidige algehele gemeenschap van goederen is een vorm die apart als huwelijkse voorwaarden kan worden vastgelegd.

Via huwelijkse voorwaarden kan je dus samen afspreken om, via de zogenaamde “koude uitsluiting” niets gezamenlijk te delen, maar ook via een volledige (algehele) gemeenschap van goederen binnen de huwelijkse voorwaarden alles samen te delen.

Aanstaande echtgenoten zullen vooraf met elkaar in gesprek moeten gaan om afspraken met elkaar te maken. Pre-Mediation kan hier een mooie oplossing voor zijn.

De aanstaande echtgenoten leggen vooraf hun belangen en gemaakte afspraken vast, bijvoorbeeld financieel, maar ook wanneer zij met elkaar de afspraken evalueren, bijvoorbeeld op het moment dat er kinderen binnen het huwelijk worden geboren.

  1. Erfenis of schenking

In de wet 2018 is geregeld dat dit verkregen vermogen automatisch buiten de beperking van de gemeenschap goederen valt. Je hoeft het niet per akte vast te leggen.

Er kan op twee manieren van worden afgeweken:

  1. Als de echtgenoten van de wettelijke regel willen afwijken, kunnen zij huwelijkse voorwaarden opstellen waarin is bepaald dat geschonken of geërfd vermogen in de gemeenschap valt. Maar heeft de erflater of schenker een ‘uitsluitingsclausule’ opgenomen, dan gaat die voor;
  2. Wil de erflater of schenker dat de schenking of erfenis in de gemeenschap valt, dan kan hij/zij met een ‘insluitingsclausule’ bepalen dat door hem/haar nagelaten of geschonken vermogen daar toch toe gaat behoren. Als de echtgenoten dit niet zien zitten, kunnen zij huwelijkse voorwaarden maken. Deze gaan wel voor op de ‘ insluitingsclausule’.
  1. Bewijsvermoeden

Wat nu als echtgenoten ruzie hebben over wie welk vermogen toebehoort? Een belangrijke bepaling uit de huidige regeling is het vermoeden dat vermogen in de gemeenschap valt als geen van de echtgenoten kan bewijzen dat het van hem of haar privé is. Dit bewijsvermoeden keert terug in de nieuwe regeling.

Sterker, het belang van deze bepaling zal toenemen, doordat er meer vermogen privé kan zijn. Dat zal dan met name gaan over roerende zaken. Uit het kadaster en het aandeelhoudersregister valt wel eenvoudig te herleiden wie het huis en de aandelen in de BV toebehoren.

  1. Ondernemingswinsten

Stel één van de echtgenoten heeft vóórhuwelijks ondernemingsvermogen (al dan niet in een BV waarin de ondernemer zeggenschap heeft). De ondernemer besluit om de daarmee behaalde winsten niet uit te keren. Als deze echtgenoot deze winst dan toevoegt aan het vóórhuwelijks ondernemingsvermogen, zou deze vermogenstoename onder de nieuwe regeling niet in de gemeenschap vallen. In alle redelijkheid vast te stellen deel van deze winsten (maar ook verliezen), zullen wel in de gemeenschap vallen. Ook van deze bepaling kan bij huwelijkse voorwaarden worden afgeweken.

  1. Schulden van een echtgenoot

Momenteel is het zo dat een schuldeiser voor een privé-schuld van bijvoorbeeld echtgenote A zowel het privé-vermogen van A als het vermogen in de gemeenschap kan aanspreken. Als de schuldeiser zijn schuld met het vermogen uit de gemeenschap voldoet, moet echtgenoot B maar afwachten of A haar schuld aan hem voldoet.

De positie van B wordt in deze Wet verbeterd; de schuldeiser moet direct de helft van de verkoopopbrengst van het uitgewonnen vermogen afstaan aan B. Die kan deze opbrengst toevoegen aan zijn privévermogen. Als B over voldoende privévermogen beschikt, heeft B ook het recht om het vermogensbestanddeel uit de gemeenschap voor de halve waarde over te nemen. Dat gaat dan tot B’s privévermogen behoren.

  1. Twee soorten ‘gemeenschappen van goederen’

Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet ontstaan er twee soorten gemeenschap van goederen:

  1. Gemeenschappen ontstaan vóór inwerkingtreding van deze wet: hierop blijven de huidige regels van toepassing. Als één van de echtgenoten een erfenis verkrijgt, valt die dus in de gemeenschap van goederen, tenzij de erflater een uitsluitingsclausule heeft gemaakt;
  2. Gemeenschappen ontstaan ná inwerkingtreding van deze wet: hierop worden de nieuwe regels van toepassing. Dat kunnen dus personen zijn die gaan trouwen of echtgenoten die hun huwelijkse voorwaarden wijzigen.

Ook voor privé-schulden van één van de echtgenoten, ontstaan er twee regelingen: die van vóór en die van ná de inwerkingtreding van deze wet.

Meer informatie over je eigen situatie, laat het ons weten. Stel uw vraag?

 Gratis Informatiegesprek

Wil je meer weten over wat wij kunnen betekenen op basis van jullie persoonlijke situatie? Bel 085 888 6 333 of vul het formulier in en maak een afspraak voor een gratis informatiegesprek.